Het nieuwe mestdecreet heeft grote gevolgen voor de veehouderij. Door de aanduiding van heel Vlaanderen als kwetsbaar gebied en een gevoelige verhoging van de uitscheidingsnormen voor rundvee stijgt het mestoverschot en daalt de afzetruimte in Vlaanderen. Het is te verwachten dat de kosten voor mestafzet de hoogte in zullen schieten. Daarnaast krijgen een aantal bedrijven een mestverwerkingsplicht opgelegd. Bovendien voorziet het nieuwe mestdecreet de mogelijkheid om uit te breiden zonder nutriëntenemissierechten bij te kopen mits bewezen mestverwerking. De voorgaande redenen maken het noodzakelijk dat er mestverwerking komt. Heel wat veehouders overwegen dan ook te investeren in een mestverwerkingsinstallatie, zo ook Johan Housen, wiens bedrijf model heeft gestaan voor dit eindwerk.
Mestverwerking kost doorgaans veel geld. De veehouder kan een gedeelte van deze kosten recupereren door de overblijvende energie in mest te valoriseren in de vorm van biogas. Onder anaërobe omstandigheden vormen bacteriën biogas met methaan als hoofdbestanddeel. Een warmtekrachtkoppeling kan uit dit biogas warmte en elektriciteit produceren. Er kunnen inkomsten gehaald worden uit de verkoop van elektriciteit, groene stroom- en WKK-certificaten. De vergisting van mest alleen is zelden rendabel, daarom worden energiegewassen of organisch-biologisch afval mee vergist om een hogere biogasopbrengst te bekomen. In deze co-producten zitten ook nutriënten (stikstof en fosfor), het mestoverschot vergroot dus. Het uitgegiste mengsel of digestaat heeft een goede bemestende waarde, maar een gedeelte moet verwerkt worden.
Op het modelbedrijf is een biogasinstallatie rendabel, een deel van de kosten voor mestverwerking kunnen gerecupereerd worden. Door de mogelijkheid van uitbreiding mits bewezen mestverwerking is de haalbaarheid van een biogasinstallatie bij deze uitbreiding ook meegenomen in dit eindwerk. Door het schaalvoordeel is de winst van de biogasinstallatie groter.
Auteur: Kris Geraerts
Herkomst: KHK, Master in de biowetenschappen: landbouwkunde
Referentie: Referentie