In een vloeiveld in Herent, België, dat overstortwater behandelt, werd onderzoek gedaan naar de accumulatie van hoofd- en sporenelementen. Het veld was grotendeels beplant met Phragmites australis. Er werd onderzoek gedaan naar de accumulatie van nutriënten (N en P), hoofdelementen (Ca, K, Mg en Na) en sporenelementen (Al, Cd, Cr, Cu, Fe, Mn, Ni, Pb en Zn) in water, sediment en bovengrondse vegetatie van het vloeiveld. De concentraties van deze elementen werden eveneens onderzocht in de sedimenten en het water van de beek waarin het vloeiveldeffluent geloosd wordt. De accumulatie van elementen in het watercompartiment van het vloeiveld bleek minimaal. Voor alle elementen, behalve Na, bedroeg de accumulatie in dit compartiment minder dan 1 %. Over het hele systeem bekeken was de accumulatie van de elementen steeds het grootst in het sediment. Het bevatte steeds meer dan 99 % van de elementen, behalve voor Na (29 %) en K (92 %). De accumulatie van de onderzochte elementen in de bovengrondse vegetatie van het vloeiveld was steeds kleiner dan 1 %, behalve in het geval van K (8 %) en Na (70 %). De metaalconcentraties in het sediment lagen 1,5 tot 75 maal hoger dan de achtergrondconcentraties voor moerasbodems teruggevonden in de literatuur. Voor Cr, Pb en Zn werden in het sediment toxische concentraties voor moerasplanten waargenomen. Deze hadden echter geen effect op de plantengroei in het vloeiveld. De concentraties aan N, P, K, Cu, Pb en Zn in de ontvangende beek waren lager dan deze in het vloeiveld. Voor de andere elementen gold het omgekeerde.
Auteur: Laure Triste
Herkomst: CMS, UGent
Referentie: Referentie